“Wat tegen u misdaan is, vergeven.”

“Wat tegen u misdaan is, vergeven.”

Een artikel in de reeks: ‘De Zeven Geestelijke werken van Barmhartigheid’
Wat tegen u misdaan is, vergeven. – door Pastoraal werker Gerard Noordink

Sommige mensen vinden woorden als vergeving, verzoening, zonde, schuld, vergiffenis, boete, vervelende woorden. Want ze doen denken aan vroegere tijden of aan sombere christelijke kerken. Want in de ogen van de mensen die steeds minder met de kerk hebben is één van de verwijten aan de christelijke levensbeschouwing dat ze mensen een schuld-complex aanpraten. Mensen zijn zondige en feilbare mensen, die voortdurend de dingen fout doen en die van nature verkeerd handelen. En daardoor komt het dan dat de mensen tegenslag op tegenslag moeten verdragen, want dat is dan hun eigen schuld. Dan hadden ze maar beter naar Gods woord moeten luisteren; dan was het zeker nooit zo ver gekomen.

Nee, schuld en boete, zonde en verzoening, het zijn lastige begrippen waar we het liever niet over hebben. De gevoelens die daarbij horen zijn gewoonweg onaangenaam.

Iemand in Lierderholthuis zei me ooit: “Biechten, dat doe ik nooit meer!! Desnoods doe ik geen zonde meer!” Nee, voor al die dingen die met fouten en verkeerde, zondige dingen te maken hebben, sluiten we ons graag af. Het is net als met lichamelijke pijn. Dat willen we terecht koste wat het kost vermijden en bestrijden. En toch is het tegelijk van levensbelang dat we vaardig zijn om pijn te ervaren. Want stel je voor dat je geen pijn meer zou kunnen voelen, dan zou je je zomaar overal aan kunnen bezeren, met hele kwalijke gevolgen. Nee, de vaardigheid om pijn te ervaren is levensnoodzakelijk. Mensen die door een zenuwbeschadiging geen pijn kunnen voelen kunnen er over meepraten. Want wanneer je je ergens aan bezeert, dan zorg je ervoor dat het stopt of dat je het herstelt.

Zo is het ook met schuldbesef en schuldgevoel. Het zijn onaangename ervaringen en we hebben ze liever niet. En toch is de vaardigheid, het vermogen om je schuldig over iets te voelen of te weten van levensbelang. Want schuld gaat altijd over de beschadiging van een relatie. Het is jouw geweten, dat je tot het inzicht komt dat je een ander iets verkeerds hebt gedaan of iets hebt nagelaten. ‘Dat had ik achteraf beter niet kunnen zeggen’ .’Dat had ik achteraf toch moeten doen’.

En dan is het heel goed dat je je er over schuldig voelt en weet dat je iets verkeerds hebt gedaan of nalatig bent geweest.
Een beschadigde relatie vraagt er om hersteld te worden. En er zijn drie stappen nodig om dat weer voor elkaar te krijgen. Ten eerste moet de schade hersteld worden. Ten tweede moeten stappen ondernomen worden om herhaling te voorkomen. En tot slot moet er aan degene die je kwaad hebt gedaan om vergeving worden gevraagd. Zodat het weer ‘goed’ is tussen elkaar.

Vergeving is een geschenk van degene die je kwaad hebt berokkend. Nu worden we, door de opdracht om dat zesde geestelijke werk van barmhartigheid te doen, gevraagd om, wanneer je om vergeving wordt gevraagd, niet halsstarrig en gekrenkt te blijven, maar om dan je hand over je hart te strijken en diegene dan barmhartig te vergeven. Dat zal lang niet altijd makkelijk zijn. Het heet niet voor niets een werk van barmhartigheid. Toch ben ik ervan overtuigd, dat het uiteindelijk ook een geschenk aan jezelf zal blijken te zijn.

G. Noordink, pastoraal werker

Comments

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *