De berusting: verzoening met het lijden?

Niemand komt in zijn of haar leven aan het lijden voorbij. Of het nu de dood is van een geliefde,
eenzaamheid of ziekte, schuld of gebroken dromen, een negatief zelfbeeld of zinloosheid, een leven
zonder lijden is voor niemand weggelegd. Niemand vraagt erom, maar het lijkt erop dat lijden bij
het leven hoort, net zoals geluk en blijdschap overigens.

´Je moet het leven maar nemen zoals het komt´ hoor je dan weleens. En religieuze mensen spreken
soms van ´berusting´ of van ´verzoening´ met het lijden. Toch is dit makkelijker gezegd dan
gedaan. Wie de vragen niet deelt, kan zich beter onthouden van het geven van antwoorden.
Als ik het Evangelie goed lees, dan zijn er maar weinig sporen van berusting in het lijden te vinden.
Integendeel, het hele aardse optreden van Jezus van Nazareth ademt een verzet tegen het lijden
en de dood. Zo gaan blinden zien en lammen lopen en wekt Jezus het dochtertje van Jaïrus op uit
de dood en ook de reeds ontbindende Lazarus. Jezus zegt nergens: ´Mensen, berust er maar in,
want God heeft het zó gewild!´ Ook Gods antwoord op de kruisdood van Jezus is geen antwoord
van berusting, maar het tegendeel: Hij wekt Jezus op uit de doden. En dat vieren we met Pasen.
´Niet klagen, maar dragen en bidden om kracht!´ is een wat belégen tegeltjeswijsheid. Maar er zit
wel wat in. Het feit dát lijden onvermijdbaar met het bestaan en met de wereld gegeven is, is op zich
al erg genoeg en is zowel reden tot klagen als tot gebed. Het lijden verdient echter geen natuurlijke
legitimatie, noch een stille berusting. Het vraagt wel om draagkracht en om te leren hoe ermee om
te gaan. We kunnen het soms voorkomen, vaak verzachten, maar niet uitbannen. We mogen het
niet ontkennen of weg verklaren: het lijden van mens en dier is en blijft ons een zorg.
We moeten hier wel onderscheiden: er is natuurlijk lijden (door ramp, ongeluk of ziekte) en ook moreel
lijden (door mensen aangericht). Niet alleen is lijden met ons naakte bestaan in de wereld
meegegeven, maar er is ook lijden dat haar oorsprong vindt in ´wat de mensen elkaar zoal aandoen
´. Het lijden dat met liefde (of met het gebrek daaraan) verbonden is. Het lijden door de dood
van een geliefde is het lijden van de liefde zélf en dit lijden noem ik heilig. Wat overigens nog geen
verheerlijking van het lijden ´als zodanig´ betekent: een perverse trek in het christendom. Juist het
christendom heeft – met de gekruisigde Christus – de lijdende mens wel een nieuwe waardigheid
gegeven: of het nu door eenzaamheid of ziekte is, door honger of onderdrukking, door discriminatie
of uitsluiting, door vervolging of oorlog, de lijdende mens moet ons een zorg zijn en blijven, ook in
sociaaleconomische zin.

Lijden is op zich zinloos en dient zo mogelijk vermeden, maar er wordt ook heel wat geleden voor
een hoger doel. De apostel Paulus leed van harte omwille van de verkondiging van het Evangelie
en talloze christenen na hem werden martelaar. Ik lijd in de stoel van de tandarts, omdat ik weet dat
mijn gaatjes gevuld moeten worden. Leven is niet pijnloos; liefde ook niet. Het vraagt om
´Leidensfähigkeit´, een vermogen om pijn en moeite te verdragen. Niet alle pijn en moeite is zinloos,
maar of aan lijden een zin gegeven kan worden, hangt af van de lijdende. Geloof speelt hierin een
eigen rol: de hoop loopt vooruit op een zin van het lijden die er nu nog niet is, althans niet ten volle.
Geloof is aantrekkelijk en soms levensnoodzakelijk, want de gedachte aan de radicale zinloosheid
van het lijden lijkt – menselijk gesproken – (welhaast) ondraaglijk. En het lijden waaraan een mens
het meeste lijdt, is het zinloze lijden. In het licht van het Rijk Gods krijgen lijden en dood een bovenmenselijk
antwoord. Is dit antwoord afdoende? Hierover verschillen de meningen. Het is een
antwoord dat uit Liefde geboren is. Het begint bij een sympathieke God, een God met compassie en
empathie. Dit geldt evenzeer voor medemensen. Het lijden van de ander of van mijzelf is een signaal
dat steeds een appél inhoudt, een oproep: ´Doe hier iets aan, als je kunt en zo niet, blijf dan in
godsnaam bij me!´

Als gelovige kan ik slechts berusten in het lijden, omdat ik geloof dat God daarin niet kan en zal
berusten. Linksom of rechtsom, het lijden van de onschuldigen moet worden rechtgezet en goedgemaakt.
Die belofte is ons in Christus gegeven, niet louter als belofte voor de toekomst, maar als
een nieuw begin van leven hier-en-nu:
´Hij zal alle tranen uit hun ogen wegwissen en de dood zal niet meer zijn!´

Joop Butti

Comments

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *